Middelen tegen vlooien en teken zijn eigenlijk gewoon gif, en die gifstoffen worden in het milieu aangetroffen. Soms zelfs in te hoge concentraties. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) onderzocht samen met gemeenten Uitgeest en Heemskerk of eigenaren van honden en katten kunnen helpen met vermindering van deze milieuvervuiling. In het onderzoek kwamen vijf gifstoffen prominent naar voren.
In Nederland leven zo'n 1,8 miljoen honden en drie miljoen katten. We gebruiken met elkaar dus heel wat middelen tegen vlooien en teken. Die kunnen op verschillende manieren in het milieu terecht komen. Via de dieren zelf of via afvalwater. Denk aan handen wassen na het aaien van een hond of kat, het wassen van een huisdier, een schoonmaak in huis. Daarom lanceerde HHNK, samen met gemeente Uitgeest en Heemskerk, een bewustwordingscampagne.
Onderdeel van de campagne was een verkennend onderzoek naar wat eigenaren van honden en katten zoal in huis hebben aan gifstoffen. Letterlijk. Inwoners van Uitgeest en Heemskerk konden deelnemen aan een onderzoek van de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt). Vijftig baasjes hebben haar- en stofmonsters ingeleverd van plekken waar hun huisdieren graag liggen, om te laten analyseren. (tekst gaat verder onder de foto)
Middelen tegen vlooien en teken kunnen op vele manieren in oppervlaktewateren terecht komen. (beeld: HHNK)In bijna alle monsters zat minimaal één actieve stof uit vlooien- en tekenmiddelen, was de uitslag. Opmerkelijk genoeg maakte het niet uit of de huisdieren wel of niet waren behandeld. Blijkbaar hebben ze onderling fysiek contact. In verreweg de meeste monsters zat imidacloprid en in ruim de helft ook fipronil. Dit zijn dusdanig schadelijke stoffen, dat ze door de EU al jaren geleden uit de landbouw zijn verbannen. Verder zijn vooral dinotefuran, pyriproxyfen en selamectine gemeten. Vooral imidacloprid is een ongewenst goedje, want het zorgt voor bijensterfte. En ondanks de verbanning uit de landbouw wordt het nog steeds in wateren gemeten.
Bijkomend probleem is dat rioolwaterzuiveringsinstallaties niet zijn ingericht op verwijdering van deze gifstoffen, waardoor ze dus ook in ons drinkwater terecht kunnen komen.
"De aanwezigheid van deze stoffen in haren en huisstof betekent niet automatisch dat dezelfde hoeveelheden in het oppervlaktewater terecht komen", waarschuwt HHNK-woordvoerder Marsja Ros. "Het huidige onderzoek levert aanwijzingen op voor een mogelijke emissieroute, maar vormt geen direct bewijs." (tekst gaat verder onder de foto)
Gifstoffen uit huisdiermiddelen kunnen bij een wasbeurt in het milieu belanden. (foto: Goochie Poochie Grooming)"Om een relatie te leggen tussen de concentratie op losse haren en stof in huiselijke omgeving en de concentratie van dezelfde stoffen in oppervlaktewater moet er veel meer mechanismen en variabelen onderzocht worden", vervolgt Ros. "Dit valt echter niet binnen de mogelijkheden en doelstellingen van dit burgeronderzoek dat zich richt op bewustwording bij inwoners."
Het waterschap roept baasjes op om spaarzaam en zorgvuldig huisdiermiddelen te gebruiken. Een dierenarts kan vertellen of het gebruik van een halsband of pipet überhaupt wel nodig is, of dat regelmatige controle van je kat of hond en het gebruik van de vlooienkam volstaan. Of wellicht een kortwerkend kauwtablet. Wat ook kan schelen, is het zoveel mogelijk weghouden van honden uit hoog gras, lage struiken en varens, vooral in het voorjaar en het najaar wanneer teken actief zijn.
Verder raadt HHNK aan dieren buiten te borstelen en om de plukken haar bij het restafval te gooien, en om regelmatig te stofzuigen en te dweilen, en om kussens en dekens van ligplekken regelnatig op 60 graden te wassen.
Deze en nog meer tips worden op dinsdag 10 november door een dierenarts gegeven tijdens een webinar, die om 20:00 uur begint. Aanmelden kan via hhnk.nl.
