Reclame
Bekeken: 342x

De Alkmaarse kaasdragers lopen dit jaar rond met fonkelnieuwe hoeden. En wie dat even had gemist kon er afgelopen vrijdag echt niet omheen, want alle kaasdragers werden uitgebreid gecontroleerd door kaasvader Willem Borst. Het was immers de tweede kaasmarkt van het seizoen en dat betekent: kledinginspectie!

Een lange rij kaasdragers stelt zich op, gegroepeerd op de kleur van het veem - de groep - waar ze bij horen. Dat duurt wel even, kaasdragers zijn niet de meest volgzame types en hebben nog wel eens last van een eigen wil. Maar de strakke sturing van de man met de unieke oranje hoed - de kaasvader - zorgt toch voor het gewenste resultaat.

En dan wordt gecontroleerd. Is de kleding netjes wit. Met een witte onderbroek en sokken er onder. Een zwarte riem en schoenen. En zijn die schoenen wel gepoetst? Eén voor één komen de kaasdragers aan de beurt. Hier en daar volgt kritiek. Maar wat bij iedereen de inspectie met vlag en wimpel doorstaat is die mooie nieuwe gekleurde hoed. Een belangrijk en zeer herkenbaar onderdeel van het kaasdragersuniform.

Mannen in witte kleding met gekleurde hoeden, bezig met een ceremonie tussen gestapelde kazen in een Nederlandse stad. De inspectie is streng. "Kijk maar kaasvader, ik heb echt een witte onderbroek aan!" (foto: Streekstad Centraal)


De hoeden zijn er in de vier kleuren van de vemen. Geel, rood, blauw, groen en natuurlijk is er één oranje hoed. En oh ja, een paar witte. Sinds dit seizoen allemaal strak in de lak en opvallend fris. Het lijkt niet bijzonder, een nieuwe hoed. Maar dat de kaasdragers nu allemaal dezelfde hoed dragen is helemaal niet 'normaal', het is eigenlijk voor het eerst dat zoiets gebeurt.

Want achter die ogenschijnlijk simpele oude strohoeden gaat soms een wereld aan verhalen schuil. Neem bijvoorbeeld kaasdrager Jette de Vries, die maar liefst vijftig jaar met dezelfde hoed liep. “Die was al oud toen ik ’m kreeg,” vertelt hij. “Minstens honderd jaar. En alles wat je ziet, zijn eigenlijk reparaties.”

Die oude hoeden hebben wat meegemaakt. Ze reisden de halve wereld over - zelfs maandenlang naar Japan - waar ze zestien jaar lang dagelijks van ’s ochtends tot ’s avonds werden gedragen door de Alkmaarse kaasdragers. Wind, regen, valpartijen: het liet allemaal zijn sporen na. “Hij waaide nog wel eens af, en dan zat er weer een deuk in,” klinkt het nuchter.

Gele hoed met lint op een houten vat, waarbij het lint naar beneden hangt. Nu 'achteloos' op een emmer liggend, maar 100 jaar of meer in gebruik geweest en vele, vele malen overgeschilderd: mogelijk de oudste hoed in het Gilde van de Alkmaarse Kaasdragers. (foto: Streekstad Centraal)


En toch werden ze niet vervangen. Nee, ze werden geschilderd. En nog eens geschilderd. En nog eens. Tot sommige hoeden zo zwaar waren dat je er - zoals een kaasdrager lachend opmerkt - “iemand mee dood kan slaan.”

Want dat was lange tijd de realiteit: iedere kaasdrager regelde zijn eigen hoed. De één liep met een erfstuk, de ander met een toevallig passend exemplaar van een collega, en weer een ander met een zelf gekochte variant. Oude foto’s laten zelfs zien dat vóór 1922 iedereen gewoon zijn ‘beste zondagse hoed’ droeg.

Kaasdrager Daan Vrees was vorig jaar wel klaar met zijn oude hoofddeksel en verscheen vorig jaar met een nieuw exemplaar. Lichter, comfortabeler en – misschien nog wel belangrijker – een stuk minder gehavend. Dat bleef niet onopgemerkt. “Toen ze dat zagen, dachten ze: dit moeten we voor iedereen regelen,” vertelt hij. (tekst loopt door onder de foto)

Twee mannen in witte jassen met kleurrijke hoeden, één groen en één geel, staan voor een raam en lachen. Links Jette de Vries (De bougie), rechts Daan Vrees (De Jockey). Dankzij Daan hebben de kaasdragers nu allemaal een nieuwe hoed. (foto: Streekstad Centraal)


En zo geschiedde. Het gilde ging aan de slag, de gemeente hielp mee en uiteindelijk kregen alle 42 kaasdragers een nieuwe hoed aangemeten. Letterlijk: iedereen moest passen. Daarna werden de hoeden bij Stadswerk072 geschilderd en voorzien van de herkenbare kleuren en linten. Een winterklus waar flink de nodige uren in gingen zitten.

De nieuwe hoeden zijn gebaseerd op het oude model, maar dan in een modern jasje. Ze zijn gemaakt van gevlochten materiaal – geïnspireerd op de bekende Panama-hoeden – en komen oorspronkelijk zelfs uit Ecuador. (tekst loopt door onder de foto)

Mannen in witte kleding en hoeden met groene linten praten buiten, met een vage stad op de achtergrond. De witte kaasdragershoeden zijn voor de 'noodhulpen'. Die krijgen een gekleurd lint als ze 'geclaimd' worden door een veem. Dan gaat een proeftijd van twee jaar in. Als alles goed gaat volgt daarna een bijnaam en een gekleurde hoed. (foto: Streekstad Centraal)


Toch blijft de traditie hetzelfde. De hoeden horen bij het gilde, niet bij de drager. Ze worden gedragen, gerepareerd, opnieuw geschilderd en hopelijk – als het een beetje meezit – weer honderd jaar oud.

En dat is precies wat de kaasdragers willen. Want hoe mooi die nieuwe, frisse hoedjes ook zijn: een échte kaasdragershoed moet eigenlijk een beetje scheef zitten, een verhaal hebben en vooral… niet te netjes zijn.

Of zoals Jette het samenvat, met een knipoog: “Nieuw is leuk hoor. Maar wacht maar… over een paar jaar zien ze er vanzelf weer uit zoals het hoort.”
Pin It
Reclame

Agenda